2008

1989 1992 1996 2000 continu-onderzoek 2004 2008

Tabel met resultaten Grafieken Vergelijking Toelichting bij de kaarten

Wateronderzoek in de gemeente Maarkedal uitgevoerd in oktober 2008

I INLEIDING

1. Inleiding

SOW-Maarkedal organiseerde al wateronderzoeken in de gemeente Maarkedal in maart 1989, juni 1992, oktober 1996, oktober 2000 en oktober 2004. Dit onderzoek van MOW-Maarkedal is dus het zesde in de rij.

Zoals steeds vroegen we onze deelnemers om schone waterflessen na het laten weglopen van een 30 liter putwater uitvoerig te spoelen alvorens ze te vullen met het staal.  Daarna moest de fles van het licht afgesloten koel bewaard worden.

Deze hygiënische behandeling is noodzakelijk om externe factoren zoveel mogelijk uit te schakelen; toch dient opgemerkt dat de deelnemers tijdens het dagelijks gebruik wellicht niet dezelfde voorzorgen aan de dag leggen en dat bijgevolg de resultaten geenszins overdreven negatief moeten genoemd worden.

Er werden in totaal 23 stalen aangeboden. (Vorige onderzoeken: 1989: 94; 1992: 16; 1996:105; 2000: 60; 2004: 51).

Dit aantal is te klein om er statistische conclusies uit te trekken. Alle vergelijkingen, gemiddelden en evoluties die we verderop maken dienen dan ook met grote terughoudendheid benaderd te worden. 

 

2. Welk water werd onderzocht?

2 van de stalen bevatten bronwater, 3 regenwater,  de rest waren putwaters.

8 stalen zijn afkomstig van putten die ook in het onderzoek van 2004 zaten (volgnummer op groene achtergrond).

 

3. Wat werd onderzocht?

De stalen werden fysicochemisch en bacteriologisch onderzocht.  Ook de organoleptische eigenschappen werden nagezien (sediment, kleur, reuk en helderheid)

Fysicochemisch werden volgende zaken gemeten: 

pH - hardheid  - nitrieten - nitraten - chloriden - ijzer - sulfiden - calcium – magnesium – fosfaat.

Ook de aanwezigheid van petroleumderivaten en de geleidbaarheid werd getest.

Door technische problemen konden er geen gegevens bekomen worden voor de parameter ammoniak

Bacteriologisch werd bepaald:  

het kiemgetal bij 22 gr. en bij 37 gr., het aantal coliformen, E. coli en faecale streptokokken.

Ook de aanwezigheid van parasieten werd bepaald.

 

4. Ogenblik van staalnamen

De stalen werden genomen op  2, 3  & 4 oktober 2008.  Steeds werd ook gevraagd waarvoor het water gebruikt wordt en of men ook over leidingwater beschikt.

De labo-onderzoeken gebeurden door laboratorium Maenhout - Thiers te Waregem.

 

II RESULTATEN

Door te klikken op Tabel met resultaten krijgt u de resultaten van de onderzoeken weergegeven in tabelvorm.  De namen van de deelnemende mensen werd vervangen door een volgnummer.

1.  Lezen van de tabel

Bovenaan vindt men de normale waarden zoals ze gehanteerd werden door het laboratorium.

Behalve de ph (geen eenheid) en de hardheid (Duitse graden) zijn de metingen uitgedrukt in µEq/l (magnesium en calcium), µg/l (ijzer) of mg/l (alle andere).

Onderaan de tabel zijn de hoogste en de laagste waarden van het onderzoek vermeld.  Ook de gemiddelden voor het gehele onderzoek, per parameter, zijn vermeld.

Het aantal (absoluut en procentueel) normoverschrijdingen wordt aangegeven.  Voor het gebruik gaat het om de waters die voor alles gebruikt worden en daarnaast zijn het de plaatsen waar men niet over putwater beschikt die geteld werden.  Voor verontreiniging (fysicochemisch of bacteriologisch) en voor de drinkbaarheid zijn het steeds de slechte resultaten die opgeteld werden (ondrinkbaar); zo dient de 74% rechts onderaan de tabel wel degelijk gezien als het percentage ondrinkbare stalen.

Alle waarden die de opgegeven grenswaarden overschrijden zijn in het rood weergegeven. Hierbij dient opgemerkt dat niet elke overschrijding van de grenswaarde een reden is om het staal als ondrinkbaar te beschouwen. 

Zo zijn de resultaten voor hardheid (en ook voor calcium en magnesium, die er nauw mee samenhangen) meestal boven de voorziene norm.  Dit duidt dus niet op ondrinkbaar water, maar is eerder te zien als een gevolg van de geologische structuur van de bodem in onze streek.

Bij de belangrijke waarden nitrieten en nitraten worden de ideale nulwaarden in het groen weergegeven.

oor wat nitraten betreft is er een verdere opdeling gemaakt: nulwaarden staan op groene achtergrond

tot 10mg/l staan ze op witte achtergrond; tot 25 mg/l op blauwe achtergrond; tot 50 mg/l op gele achtergrond.

De ‘officiële’ overschrijdingen, dus meer dan de Belgische norm van 50 mg/l wordt op rode achtergrond weergegeven.

III BEOORDELING

 1. Nitraten

De Belgische norm is 50 mg/l (te hoog!)

De richtlijn van de Wereld Gezondheid Organisatie is 25 mg/l.

En aangezien zwangere en zogende vrouwen en baby’s nog veel vatbaarder zijn voor de nadelige gevolgen van nitraten (op zichzelf onschuldig, maar door het lichaam omgezet in het veel schadelijkere nitriet, oorzaak van de mogelijk fatale blauwziekte!) mag voor deze categorie zeker de 10 mg grens niet overschreden worden.

Wanneer we de resultaten in deze optiek bekijken is de toestand natuurlijk nog heel wat minder gunstig dan nu volgens de geldende norm blijkt.

Zoals blijkt uit de bijgaande grafiek is volgens de 25 mg norm slechts 43% aanvaardbaar, voor baby’s flesje kan slechts 4% der putwaters door de beugel. Omdat zulks meteen een duidelijk beeld geeft van de evolutie plaatsten we de grafiek van het onderzoek in 2004 ernaast.
Hieruit blijkt dat er minder overschrijdingen zijn van de Belgische norm, m.a.w. grosso modo is er wel een verbetering ten opzichte van 2004 - ook te merken wanneer we de gemiddelden vergelijken. Uiteraard mag de voorafgaande opmerking aangaande het geringe aantal stalen niet uit het oog verloren worden.

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2. Nitrieten

Er was tweemaal een overschrijding van de norm, waarbij eenmaal een extravagant hoge waarde opgetekend werd (in een regenwater!)

De resultaten voor ammoniak konden door technische problemen bij de labotest niet bekomen worden.

  

3. Andere onderzochte parameters

In de volgende tabel staan voor elke parameter het gemiddelde, de hoogste en de laagste waarden. pH, hardheid, calcium, magnesium, chloriden en ijzer zijn niet echt factoren om water schadelijk voor de gezondheid te noemen, maar kunnen natuurlijk wel  praktische problemen opleveren (te hard of ijzerrijk water).

parameter
gemiddelde
hoogste 
laagste
grenswaarde
 
pH
7,28
7,90
6,60
5,00/8,50

pH, hardheid, calcium, magnesium, chloriden en ijzer zijn niet echt factoren om water schadelijk voor de gezondheid te noemen, maar kunnen natuurlijk wel  praktische problemen opleveren (te hard of ijzerrijk water).

hardheid
16,49
31,10
0,00
tot 14 
calcium
4,76
9,60
0,02
tot 5 mEq/l
magnesium
0,97
2,00
0.01
tot 1,50 mEq/l 
chloriden
295
455
210
tot 1000 mg/l
ijzer
326
5670
0
tot 1000 µg/l
nitraten
33,48
75,0
0,0
tot 50 mg/l
nitrieten
435
10000
0,000
tot 0,1 mg/l 
fosfaat
1,29
12,20
0,00
tot 20 mg/l

4. Bacteriologisch

In het merendeel der gevallen is de slechte kwaliteit van het water het gevolg van een bacteriologische verontreiniging. In 74 % der gevallen wordt het water (mede) afgekeurd voor een bacteriologische verontreiniging.

Hierbij dienen we toch een belangrijke opmerking te plaatsen.

Bacteriologische verontreinigingen kunnen ook heel makkelijk ontstaan door onzorgvuldigheid bij de staalname of mankementen bij de aftapplaats. Ook de temperatuur waarop een staal bewaard wordt in afwachting van de ontleding kan een nadelige invloed hebben.
Dit onderdeel van het onderzoek werd enkel behouden omdat de individuele deelnemers aan het onderzoek wel een volledig beeld van de waterkwaliteit van hun putwater willen bekomen.
Voor ons dossier is de bacteriologische kwaliteit  - mede door de ietwat wispelturige resultaten - verder van weinig belang. Ze komt enkel nog terug in de kaart van de drinkbaarheid en moet daar dan ook op een billijke manier gelezen worden. (zie verder bij beoordeling van de resultaten)

Van de ondrinkbaar beoordeelde stalen was dit in 48% der gevallen te wijten aan een zuiver bacteriologische verontreiniging; voor 4% was het een overschrijding van de fysicochemische normen en in de rest van de gevallen (26%) vertoonde het water op beide vlakken tekortkomingen (zie grafiek drinkbaarheid).
De voor de hand liggende oorzaken zijn nabijgelegen aalputten en septische putten (die onvoldoende waterdicht zijn) en natuurlijk overmatige hoeveelheden drijfmest, die door de begroeiing niet voldoende kunnen opgenomen worden en dan uitspoelen naar het grondwater.

Wel kan men dit water drinkbaar maken door het te koken. 

5. Gebruik van het water.

Zoals te zien in desbetreffende grafiek gebruikt de meerderheid (62%) van de mensen die een staal binnenbrachten het onderzochte water voor alle doeleinden, daarin ook begrepen: menselijke voeding. 

In 39 % van de gevallen beschikken de mensen niet over leidingwater, deze mensen gebruiken hun putwater dan ook voor alles.

Met andere woorden: zowat 2/5 van de mensen hangen voor hun drinkwater louter en alleen af van de put of de bron, waarvan ze het staal binnenbrachten.

Gelukkig waren ook alle drinkbare stalen bij die mensen te vinden; slechts driemaal was het waterstaal fysicochemisch ondrinkbaar.

Die drie mensen hebben  een probleem, ze hebben geen leidingwater maar hun putwater is niet drinkbaar en het kan ook niet drinkbaar gemaakt worden door het te koken!

6. Drinkbaarheid

De grafiek spreekt voor zichzelf, met die van 2004 ernaast zien we een positieve evolutie, zij het onder groot voorbehoud, gezien er onvoldoende stalen aangeboden werden.