De Maarkebeek

 Vorige Omhoog Volgende 

Onze Maarkebeek

 Op een mooie dag van een nieuwe lente gooi ik het op een akkoordje met mijn fototoestel: we trekken er samen op uit om de Maarkebeek in Schorisse eens in beeld te brengen. Voor dat doel zijn we noodgedwongen op elkaar aangewezen. De zon schijnt heerlijk en ik ontwaar pril groen in het landschap. Dat zal vast wel enkele mooie beelden opleveren.

Aan de kerk sla ik de Essestraat in en ontmoet er mijn vroegere buren. Het is altijd gezellig om een praatje met hen te slaan. We vragen ons af wat er in De Wante te doen zou zijn, want er staan veel auto’s geparkeerd. Iemand komt buiten met een grote kookpot in de handen en hij begeeft zich naar de beek. Zonder pardon kiepert hij de rest van de soep in het heldere water. Hij lacht mijn protest weg, want “die soep was zeer lekker en niet schadelijk voor het milieu”. Enkele slierten vermicelli en brokjes groenten worden meegesleurd met het water. Als iedereen zijn etensresten in de Maarkebeek zou gooien wordt het een mooie boel. Of: een dooie boel?

 

Klik. klik. Ik neem de Maarkebeek eens aan de achterkant van de oude pastorij en dan aan de bocht, aan de speelplaats van de school. Jawadde, zo’n rechte hoek dat de beek hier beschrijft. Het verwondert mij niets dat hier bij overvloedige regenval en hoogwater de beek uit haar oevers treedt en als een razende waterkolk rondjes draait door de vallei. De kracht van het water is Annemarie met Kerstmis 1999 fataal geworden. Zij werd toen meegesleurd met het ziedende water. Hopelijk zullen hier geen slachtoffers meer vallen.

 

Ik trek wat verder. Een huis in de bocht, een man wandelt naast de beek. Ik kan weer een praatje maken. “’t Is al lang geleden dat ze hier nog eens zijn komen ruimen.” zegt hij. “Ik doe er niets meer aan. Ik sproei niet meer tegen het kruid op de oevers.” “Gelijk heb je, meneer. Op den duur is alle kruid kapot gesproeid, behalve de brandnetels en het kleefkruid, de planten die je het liefste kwijt wilt. Een oever kan pas mooi begroeien als je er niet op gaat sproeien.” Reken maar dat er altijd een nevel van sproeistof in de beek terecht komt en dat je gezondheid zwaar te lijden heeft van de gifstoffen die je zelf spuit. “En je moet eens zien wat er allemaal aan afval in die beek ligt,” zegt de man “plastieken flessen, zakken, blik, zelfs dingen die je niet per abuis zomaar laat vallen. Het is dezelfde rommel die je langs de baan en in de bermen vindt. Ik doe dat niet. Ik gooi niets in de beek of op de weg.” Klik. Klik. Ik neem twee foto’s van de man met zijn kleinzonen. Het drietal poseert mooi bij de beek. 

Nog een stap verder brengt me bij het stenen bruggetje aan de Groenstraat. Hier mondt er een zijbeek uit. Toen ik hier in de regen stond te kijken naar de koers was het water okergeel. Het was verzadigd met de afgespoelde leemgrond van het eroderend land. Zouden de landbouwers het niet erg vinden dat hun vruchtbare grond wegspoelt? Zouden de gemeentediensten en de andere beheerders van de waterlopen met plezier telkens de bedding uitgraven? Waar blijven ze met het slib? Bevat het sproeistoffen of andere gifstoffen? Gebeurt dat met ons belastingsgeld? Zou ik de enige zijn die er mij vragen over stel?

 Maar nu is het mooi weer. Het water is helder. Toch sta ik weer verbaasd te kijken. Naast het bruggetje liggen twee volle bruine vuilniszakken. Dat zijn toch die zakken die sinds de invoering van het Diftarsysteem niet meer in gebruik zijn? Wat doen ze hier op een zondagmiddag? Die zijn toch niet toevallig achtergelaten? Klik. Klik. Stilleven met twee vuilniszakken bij een stenen brug over de Maarkebeek.

 Nu wil ik langs een officieel wandelpad nog even naast de beek lopen. Oei! Een oeverbewoner heeft de afrastering voor zijn pluimvee zo verschrikkelijk onhandig gezet. Gelukkig ligt het arduinen trapje dat je nu wel moet betreden om op het pad te geraken niet nat en glad. Een geluk dat ik mijn oude moeder niet mee gevraagd heb voor een wandeling. Ik kan me bijna niet voorstellen de toegang naar het pad opzettelijk zo ontoegankelijk gemaakt is. Maar soit, ik wandel verder. Klik. Klik. Klik. Mijn laatste foto’s voor vandaag: de beek met enkele eendjes, een vervallen woonhuisje, mooi begroeide oevers …Het is een plekje waar je je even kunt voorstellen hoe mensen vroeger woonden en hoe rustig het ooit is geweest.  

Ik heb een mooie wandeling gemaakt en ook mooie foto’s van onze Maarkebeek. Aan ons allen nu om goed voor haar te zorgen.

  

Wandelend langs onze Maarkebeek

Krijg je een goed beeld van onze streek

Soms gaat het eens fout

of is men wat stout.

Vroeger ook? En voor of na de preek?

 Gepubliceerd in Info-Maarkedal 04/2007