Inleiding tot de dierenwereld

Vorige Omhoog Volgende

Inleiding tot de dierenwereld 

Hoe komt het toch dat mensen zo geboeid zijn door dieren? Wij kijken met veel belangstelling naar een natuurdocumentaire, wij gaan dieren in de natuur zelf observeren, wij lezen erover en we halen zelfs graag dieren in huis.

 Net als in de plantenwereld komen de dieren van nature ook het beste tot hun recht in hun eigen biotoop. De dieren leven waar ze voedsel, beschutting en een partner om zich voort te planten vinden. Als één van deze voorwaarden niet vervuld is, is er voor dit diertje geen pleziertje en dan is zijn liedje uitgezongen.  

De dierenwereld steekt goed in elkaar. Simpel voorgesteld komt het erop neer dat planteneters de planten in toom houden en vleeseters houden de planteneters in toom. Ieder wil zijn plekje op aarde en moet daar soms veel voor riskeren. Spinnen vangen vliegen en muggen, vogels eten spinnen, vogels worden gegeten door grotere vogels of door roofdieren en ga zo maar door. Als je één schakel wegneemt verstoor je een heel evenwicht. Als er ergens van een soort “te veel” voorkomt betekent het dat er veel voedsel aanwezig is of dat de soort geen vijanden heeft.

 Laat de dieren waar ze thuishoren
Een andere verstoring van het evenwicht is dieren uit hun omgeving wegnemen. Soms vinden wandelaars een nestje jongen en besluiten er zich over te ontfermen in de overtuiging dat de moeder hen achtergelaten heeft. Maar dat is meestal niet zo. De moeder was misschien eten gaan zoeken of wilde dieren of mensen van het nest weglokken. Het is erg moeilijk om jonge wilde dieren in gevangenschap groot te brengen. Ze krijgen zelden geschikt voedsel en ze krijgen evenmin een voorbeeld voor hun soorteigen gedrag. Als mens kun je een jonge vogel niet leren vliegen of je kunt een marter geen muizen leren vangen. Bovendien zijn wilde dieren moeilijk in gevangenschap houden. De dolfijn Flipper speelde ooit een glansrol in een tv-feuilleton. Iedereen was gek van Flipper. Helaas, was Flipper een filmster tegen wil en dank. Hij heeft op zeker ogenblik geweigerd om nog aan de oppervlakte te komen ademen en is “verdronken”. Zelfmoord van een dolfijn! Dolfijnen leven het liefst in hun oceaan, maar eenmaal als ze gevangen zijn hebben ze geen keuze.

 

Films met dieren kunnen hun gezondheid schaden
Zo geven de bv. Harry Potter-filmen een verkeerd beeld van dieren, meer bepaald van uilen. Kinderen wensen zichzelf nu een echte uil als speelkameraad en “valkeniers” proberen de show te stelen met een roofvogel. Uilen zijn geen gezelschapsdieren. Het zijn echte nachtdieren. Hen bij klaarlichte dag inzetten op shows moet voor deze dieren een ware – vergeef mij het woord – nachtmerrie zijn. Een veel beter idee is het als boeren nestkasten voor roofvogels plaatsen om het aantal duiven op hun akker onder controle te houden. Ze zijn een uitstekend alternatief voor de knalkanonnen op het veld.

 Dieren in een gebied uitzetten is niet altijd een goed idee. Neem Australië. Daar hebben mensen een zeer giftige kikker binnengehaald om een kever die de landbouwgewassen aantastte te bestrijden. Nu moet de kikker zelf bestreden worden, want hij heeft in Australië geen enkele natuurlijke vijand. Zijn onderhuids gif is zo sterk dat het zelfs kanjers van krokodillen kan doden.

 

Lieveheersbeestjes zijn lief?
Dichter bij huis en minder spectaculair is de opmars van het Aziatisch lieveheersbeestje. Het werd in onze tuinbouwserres uitgezet om er de bladluizen op natuurlijke wijze te bekampen en met succes! “Milieuvriendelijk” is die methode wel, maar als dat lieveheersbeestje uit de serre geraakt wordt het een bedreiging voor ons inheems lieveheersbeestje. Het plant zich vlugger voort en kaapt het voedsel van onze eigen lieveheersbeestjes weg. Is dat een probleem? Ja, het verstoort het natuurlijk evenwicht tussen soorten die hier voorkomen.   

Bijna overal ter wereld wordt het leefgebied van dieren die in het wild leven steeds  meer in beslag genomen door menselijke activiteiten zoals bewoning, verstoring van natuurgebieden, vervoer en recreatie. Soms is het belangrijker om een biotoop (weer) leefbaar te maken, dan om een diersoort te beschermen. Je helpt amfibieën, vogels, vleermuizen, egels en andere dieren meer met hen schuilplaatsen te bieden dan ze “eten te geven”. Laat een hoopje snoeihout liggen, plant een gevarieerde haag, zet knotwilgen of andere inheemse struiken en bomen. Je zult er versteld van staan welke dieren gebruik maken van die herbergzame tuin- en landschapselementen.  

De diepste oceaan heeft zijn eigen soorten, het ijzigste klimaat herbergt dieren en zelfs in de donkerste grot kan er dierlijk leven gevonden worden. De dierenwereld zit wonderlijk in elkaar. Houden zo.  

  

Voor ieder diertje zijn pleziertje,
dat geldt ook voor het kleinste miertje.
De worm voor de mol …
een vossenmond vol …
uiteindelijk voer voor klein piertje.

  Gepubliceerd in Info-Maarkedal 10/2007