|

Inleiding tot de natuur
Jaren geleden nam ik
deel aan een geleide wandeling in een stadspark. Het thema was “inleiding tot de
natuur” en gezien ze midden in de stad plaatsvond, stelde ik me op voorhand
kritisch op. “Het zal wat worden.” dacht ik. Maar zodra we met onze gidsen
begonnen te wandelen smolt mijn vooringenomenheid weg en kon ik me geen betere
inleiding tot de natuur indenken. Ik heb sindsdien al veel mooie momenten in de
“natuur” doorgebracht. Meer nog, ik ervaar stukjes natuur zowel in een
natuurlijke tuin, een park of een bos.
Strijd
om het licht
Het verhaal begon zo: in de plantenwereld is er een grote strijd om licht.
Plantjes en kruiden, struiken en bomen willen maximaal van het licht profiteren.
Veel tijd hebben ze niet want terwijl de onderste laag of de kruidenlaag nog
maar pas opgekomen is, bereidt de volgende laag zich al voor. Terwijl de
bladeren aan de struiken en de bomen verschijnen, trekt de onderste laag zich
als het ware terug in de grond. Als het bladerdak van de bomen goed
aaneengesloten is zorgt het ervoor dat de bodem niet uitdroogt zodat knollen en
zaden overlevingskansen krijgen voor hun volgende ontwaken.
Solidariteit tussen
bomen
Als er in een bos een gat valt, bij voorbeeld omdat een boom gekapt wordt of
door blikseminslag afknapt, dan beginnen zaden en jonge scheuten hun strijd om
de eerste, de hoogste en de beste te worden. Ze krijgen de aandrang om naar het
licht te groeien. Als het zo is dat een groepje bomen samen opgroeit kun je er
niet zomaar eentje van tussen uit halen zonder schade te berokkenen aan de
andere bomen. Als je besluit om van een groep bomen één exemplaar te laten staan
en je hakt de andere om, dan zal die ene boom het niet lang goed stellen.
Bovendien zal hij op zichzelf geen al te mooie vorm hebben. Hij is immers gewoon
om het gezelschap en vooral de bescherming van soortgenoten te hebben.
Boomstammen
verdragen geen licht

Elke boom gedraagt zich
anders naargelang zijn standplaats. Een boom beschermt zijn stam met zijn takken
en bladeren tegen fel zonlicht. Hij ontwikkelt lange takken of laat zijn takken
hangen. Eigenlijk zou hij het liefst van al zijn takken van zo laag mogelijk
laten groeien, maar dat laten de mensen meestal niet toe. Bomen zouden het
liefst met rust gelaten worden. Het snoeiwerk kunnen ze meestal missen als
kiespijn. In ruil geven ze schaduw en een aangename luchtvochtigheid. We leren
als kind een boom tekenen met een kale stam en daar bovenop het gebladerte, maar
dat is eigenlijk een vertekend beeld. De bomen die aan de rand staan moeten aan
de open kant zelf hun stam beschermen en een boom die alleen staat is op
zichzelf aangewezen. Als het aan de boom ligt groeit hij uit tot een prachtig
monument.
Bodem
Als je de natuur laat doen dan zie
je spontaan plantjes en boompjes opgroeien op de plaats die voor hen het meest
geschikt is. De bodem herbergt een samenleving van planten, zaden, wortels,
dieren en micro-organismen. Ook hier geldt dat als je er een schakel wilt tussen
uit nemen, dat een invloed heeft op het hele evenwicht. Daarom alleen is het
geen goed idee om gifstoffen te sproeien of om kleine dieren zoals spitsmuizen
en mollen te doden. In de natuur is er een evenwicht en het zijn meestal de
menselijke tussenkomsten die dat verstoren.
En dat was nog maar een
algemene inleiding tot de natuur!
De natuur zit toch wonder
in mekaar.
Het is een strijd, en dat
ieder jaar.
Elke plant wil wat licht,
groeien is verplicht.
Ach mens, laat die
lieverdjes toch maar!
Gepubliceerd in Info-Maarkedal
09/2007
|