|

Lichthinder en Lichtvervuiling
Lichtvervuiling noemen we overmatig en verspillend gebruik
van kunstlicht. Dit kan komen van onvoldoende afgeschermde of verouderde typen
van straatverlichting, maar ook van industriële verlichting, reclame- of
serreverlichting, sky-tracers van dancings of opvallende gebouwenverlichting.
Lichthinder is de overlast die mens en dier ondervinden van kunstlicht.
Sommige dieren worden door kunstlicht een gemakkelijke prooi voor hun
natuurlijke vijanden. Anderen sterven door aanrijding, verblind door koplampen
of aangetrokken door wegverlichting. Ook desoriëntatie, onaangepast gedrag en
verstoring van de winterslaap komen voor. De mens krijgt evengoed een gevoel van
onbehagen bij lichthinder. Koplampen van tegenliggers of te schelle en
foutgerichte straatverlichting kunnen gevaarlijk verblinden. Bomen in de
omgeving van lampen behouden veel langer hun bladeren. Dit is niet alleen
onnatuurlijk, maar gaat de boom uitputten en dus zwakker maken. Te veel licht
brengt ook schade toe aan landbouwgewassen zoals hop. Kunstlicht kan ook het
bioritme van mens en dier beïnvloeden.
Sterrenhemel
Het aantal sterren dat we kunnen zien is afhankelijk van veel zaken: het
kijkvermogen en ervaring van de waarnemer, de helderheid van de lucht, de
duisternisadaptatie van je ogen,... maar het belangrijkste is de duisternis van
de hemel. De helderheid van de sterren wordt weergegeven door het
magnitudegetal. Hoe lager dit getal, des te helderder de ster:
Op een extreem donkere plaats haal je sterren met een magnitude +7,0 met goede
ogen. Er zijn zo'n 14.000 sterren die helderder zijn dan magnitude +7,0, dus
onder ideale omstandigheden zou een waarnemer een zo'n 7.000 kunnen zien (half
zoveel omdat we niet onder de horizon kunnen kijken naar het zuidelijke
halfrond).
De melkweg is haast storend als een witte wolk die over de hemel buigt.
Een
nachthemel van magnitude +5,0 is vervuild met middelmatige lichtpollutie, met
zo'n 800 sterren. Dit is de typische "Vlaamse" sterrenhemel op het
platteland, ver weg van de grote stadscentra. De melkweg is nog maar heel
zwakjes te zien (als hij al te zien is) en boven steden zijn storende
lichtkoepels van oranje licht te zien.
Een
nachthemel met magnitude +3,0 heeft minder dan 50 sterren en heeft een sterke
lichtvervuiling. Alleen de helderste sterren zijn nog zichtbaar in een oranje
lichtgloed.In België kan je ongeveer het volgende verwachten:
|
De donkerste plaatsen in België~mag. 5,8:
|
Ardennen, ver van bewoonde centra; West-Vlaanderen tussen
Poperinge en De Panne
|
|
Donkere plaatsen op het platteland ~mag. 5,4:
|
Natuurgebied Uitbergen te Overmere
|
|
Stedelijke gebieden ~mag. 4,0
|
In de buitenwijken van steden
|
|
Steden: ~mag. 3,0
|
|
(In
de Provence, Bretagne en landelijk Zuid-Frankrijk: tussen ~ mag. 6,0 en 6,5)
Bedenkingen en oplossingen:
Bij monumentverlichting plaatst men meestal schijnwerpers op de grond en
richt men ze van onder naar boven zodat een groot deel van het licht verloren
gaat. Het monument wordt dan niet verlicht, maar wel de ruimte er rond. Dan is
er nog de vraag welk nut een verlichte kerk heeft om 3 uur 's nachts.
Reclameverlichting: reclameborden blijven gans de nacht branden (voor wie?) en
veel van die borden zijn ook verkeerd verlicht.
Assimilatieverlichting: onafgedekte serres, die tot laat in de nacht verlicht
worden, zijn de oorzaak van enorme lichtkoepels.
Lichtvervuiling tegengaan kan in de eerste plaats door juiste armaturen te
gebruiken die ondoelmatig strooilicht afschermen (bollampen bv.
zijn een echte strooilichtbron, want 75 % van het licht verdwijnt in de
ruimte!) . De lichtvervuiling kan ook beperkt worden door verlichtingspunten
beter in te planten of door de lichtniveaus af te stemmen op de functie van de
weg. Een ontsluitingsweg van een wijk vraagt bijvoorbeeld minder verlichting dan
een drukke, gevaarlijke verbindingsweg. De verlichting kan ook gedoofd of gedimd
worden bij geringe verkeersdrukte. Voor overmatig en verspillend gebruik van
kunstlicht kunnen gepaste reglementeringen soelaas bieden.
Verhoging van de verkeersveiligheid?
De plaatsing van steeds meer kunstmatige verlichting is
duidelijk geen mirakeloplossing die het verkeer in veiliger banen zal leiden.
België, met het dichtst verlichte autowegennet ter wereld, heeft het hoogste
percentage verkeersongevallen in Europa. Een oorzaak? Overdadig
veel verlichting zorgt voor een vals veiligheidsgevoel op de weg,
waardoor grotere risico's worden genomen
Bescherming tegen inbraak?
Veiligheidsverlichting: vaak is deze verlichting slecht
gericht waardoor men van op straat verblind wordt. Het heeft geen zin als ze
niet gepaard gaan met een of andere vorm van controle. Veiligheidsverlichting
geeft je echter geen veiligheid, maar een veiligheidsgevoel.
Veel mensen menen inbrekers te kunnen afschrikken met een overdadige
tuinverlichting. Ook dit fabeltje moeten we helaas de wereld uithelpen. Met al
de verlichting in residentiële wijken hebben inbrekers niet eens meer een
zaklamp nodig...
Tuinverlichting zorgt bovendien voor een zeer groot contrast tussen licht en
schaduw, waardoor het moeilijker wordt om een potentiële misdadiger in uw tuin
te ontdekken wanneer deze slim genoeg is van de schaduw gebruik te maken,
terwijl u zelf verblind wordt door uw eigen verlichting. Ook vandalisme daalt
enorm bij het doven van de verlichting. Psychologen verklaarden dat vandalen pas
van hun werk kunnen genieten als ze zien wat ze vernielen.
Een oplossing is de verlichting te koppelen aan een bewegingsdetector, zodat
deze enkel gaat branden wanneer dat nodig is. Dit zorgt voor een fikse besparing
op de elektriciteitsrekening, en u ontziet er de nachthemel mee.
Welk licht?
De openbare verlichting neemt ongeveer 61 % van de totale
lichtproductie voor haar rekening. Het aandeel van de autosnelwegverlichting in
de globale lichthinder is slechts een fractie van het geheel, temeer daar de
doorlopende verlichting ‘s nachts gedoofd wordt. De verlichting aan op- en
afritten en op de Vlaamse gewestwegen blijft echter om veiligheidsredenen ‘s
nachts wel branden.
Een wandelaar in de zwarte nacht
vond al die schimmen echt niet verdacht.
Want wie deed hem wat?
Hij zag als een kat!
En daarboven staat de maan op wacht.
Gepubliceerd in Info-Maarkedal 11/2001
|