Winterkoninkje

Vorige Omhoog Volgende

De koning van de winter

 We hopen dat de winter intussen op zijn laatste benen loopt, maar kijken intussen toch eens naar een vogeltje dat tijdens die sombere maanden opvallend aanwezig is. Het winterkoninkje is een klein druktemakertje dat luid zingend en dansend de winter doorbrengt.

Het is het op één na kleinste vogeltje in België- nog geen 10 cm groot. (het goudhaantje is nog net iets kleiner.)

Maar  zo klein als hij is, zo veel meer geluid maakt hij. Met zijn lied lokt hij verschillende vrouwtjes naar een van zijn nesten. Hij maakt namelijk meerdere nesten, die hij dan ook met veel moed verdedigt tegen indringers; zelfs als deze twee maal zo groot zijn!
Heeft u hem al in de tuin door de bladeren zien zoeken naar larven, rupsen, spinnen,
of  klauterend tegen de muur, vooral bij de raamranden?
Met zijn parmantig opwippend staartje wipt hij dan van het ene naar het andere plekje, en is altijd in de weer.
Je herkent hem aan zijn bruine veren met hier en daar wat lichtere streepjes, maar vooral aan zijn schelle en ratelende lied, zoiets van terrrrrrrrt, tsik-tsik-tsik..

Dit zingen doet het mannetje niet voor de lol. Hij lokt er verschillende vrouwtjes mee naar een van zijn nestjes. Het vrouwtje komt dan zijn nestje keuren. Dit kan een mooi bolvormig nest zijn, gemaakt van oude bladeren, droog gras, en wat mos, en verstopt in de klimop of een bramenstruik, of tussen de houtstapel, of zelfs in een opgehangen nestkastje. Het mannetje kan zo wel een tiental nestjes bouwen, en het eerste vrouwtje kiest dan het beste eruit. Zij maakt dan nog een zachte voering van veertjes in dat nest. En dan gaat het mannetje weer verder met zijn lied en met het dansen, om zo nog meer vrouwtjes te lokken voor zijn andere huisjes.

Tijdens de koude winterdagen gaat hij ook wel in één zo’n nestje slapen. Oogjes dicht, veren opgezet en de snavel in de schouderveren gestoken: lekker warm. 
Als het dan weer licht wordt, dan moet hij weer snel aan de gang om voedsel te zoeken, liefst insecten. Maar die zijn er niet veel in de winter, dus gaat hij zoeken, zoeken, en zoeken in alle gaatjes en kieren in en rond de huizen. Zo helpt hij een aantal overtollige insecten op te ruimen.
Als je ze in de winter wilt helpen met voedsel dan kan je deze schuwe vogeltjes naar de voederplank lokken met een dikke vette meelworm ( de larve van de bruine kever). Daar zijn ze verlekkerd op!
Probeer eens een afgekoelde gekookte aardappel met wat rozijnen of krenten en een paar meelwormen op het voederplankje te leggen en ga dan eens zien welke vogels hier op af komen. Het winterkoninkje zal zeker komen en die zal andere en dus grotere vogels ook proberen weg te jagen, en meestal met succes!
Geef in de lente echter geen bijvoeding meer, want de jongen mogen dit niet hebben. Ze krijgen er diaree van en zullen sterven. 

Kijk dus eens uit naar dit druktemakertje met zijn eigenwijs opwippende staartje!

 

Het is niet simpel koning te zijn,
zeker niet voor een vogel zo fijn.
Maar met veel poeha;
of doet hij ons na?
Bluft hij: de winter krijgt me niet klein

Gepubliceerd: Info Maarkedal 02/2003