Knotbomen en hagen

Vorige Omhoog Volgende

Knotbomen en hagen maken deel uit van de Vlaamse Ardennen.

 Wie uitzicht heeft op knotbomen of een natuurlijke haag kijkt naar een stukje natuur. Onlangs vertelde een vrouw van 50 jaar oud over onze streek zoals ze die zich herinnerde uit haar jeugd. Er waren hagen en knotbomen die de landbouwpercelen omzoomden. “Vanaf een heuvel gezien was het een weelde om naar te kijken” zei ze, “een landschap zoals we kennen van schilders als Valerius De Saedeleer of Piron.” Omer Wattez penseelde de streek met woorden. In 2007 is het 150 jaar geleden dat deze schrijver-verteller in Schorisse geboren werd. Op de keper beschouwd is dat niet zó lang geleden! Het is dus hoog tijd om dit landschap te herwaarderen, te beschermen en waar mogelijk te herstellen.

 Knotbomen zijn hier thuis
Het is een goed idee om weer aandacht te schenken aan knotbomen. Een knot is een boom, vaak een es of een wilg, die op jonge leeftijd van zijn kop ontdaan werd. Dat betekent dat de boom niet meer in de hoogte doorgroeit, maar dat al zijn groeikracht explodeert in een vuurwerk van takken. Eens een boom geknot is, moet hij regelmatig gekortwiekt worden, want als zijn takken te zwaar worden, kunnen ze de boom scheuren. Dat is uiteraard niet de bedoeling. Toch is een knotboom een merkwaardige boom. “Hoe blijft hij in leven?” denk je als je er eentje ziet met talrijke spleten en holtes in zijn ingekorte stam. Soms is hij zo uitgehold dat je in zijn interieur helemaal kunt schuilen en dieren doen dat echt: vogels, vleermuizen, knaagdieren, rupsen, spinnen, insecten …ieder vindt er wel zijn eigen gaatje en zelfs planten vinden er een houvast. Allerlei wezens gebruiken de knotboom rechtstreeks of onrechtstreeks als voedselbron of koelkast.  In spleten en holtes bewaren ze hun voorraad. Dieren en planten gebruiken de knot zonder hem ook maar één tak te krenken. Het ergste kwaad dat je zo een biotoop, een samenspel van een boom, zijn omgeving en allerlei levende wezens, kunt aandoen is hem dood te spuiten of volledig om te hakken. 
 

Hagen, maar niet om ’t even welke 
Even gastvrij, maar op een andere manier, is een natuurlijke haag. Ze wordt gevormd door struiken zoals els, hazelaar, haagbeuk, meidoorn, sleedoorn, es, lijsterbes, Gelderse roos en veldesdoorn. Als de haag te hoog en te ijl wordt, zet je de struiken of bomen bijna met de grond gelijk.  Roep er iemand bij die verstand heeft van kappen en hakken en die met een boomzaag kan omgaan. Het moment waarop je de haag drastisch snoeit is belangrijk. Je kunt niet in elke periode van het jaar snoeien en kappen. Bovendien wil je het niet op je geweten hebben dat je dieren hun voedsel, schuilplaats of nestgelegenheid ontneemt. Het gaat er druk aan toe in dichte hagen: het gonst en kwettert er doorgaans van het leven. Dat soort hagen kan je maar beter beschermen. Ze definitief uitdoen en vervangen door laurierkers (“paplaurieren”) of coniferen, een draad of een schutting maakt een klein, maar belangrijk stukje natuur kapot. De takken die je oogst na een kapbeurt leveren trouwens uitstekend brandhout voor de kachel op. Je kunt er ook een afsluiting mee vlechten om het terras uit de wind te zetten, of de composthoop af te schermen, of de moestuin af te boorden. Voorts kan je de stevige takken gebruiken om er nutvoorwerpen zoals palen of borstelstelen mee te maken, ook al gebeurt dat in ons Bekaert-  en Swiffertijdperk niet zo vaak meer.

 Plant een haag, zet een knotboom
We hebben er alle belang bij om de resterende knotbomen en natuurlijke hagen genegen te zijn. Ze vormen verbindingen in een versnipperd landschap die voor dieren o zo belangrijk zijn om zich veilig te verplaatsen. Daardoor raken ze niet geïsoleerd om uiteindelijk als soort te verdwijnen. Tussen onze bebouwde percelen en landbouwgronden dienen bomen en hagen niet alleen als natuurlijke scheiding, want met hun wortelgestel houden ze de bodem vast en zijn ze het beste middel tegen erosie.   

 Een knotwilg planten is gemakkelijk: het volstaat om een armdikke tak van een drietal meters lang en een schuin afgezaagde voet een halve meter diep in de grond te steken. Voor andere soorten vertrek je best van een stevige en rechte jonge boom. Hagen vragen wat meer werk, maar op een goed voorbereide bodem valt de klus best mee. Het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen kan met raad en daad helpen. Bereikbaar op tel. 055/20.72.65 - fax: 055/20.61.87

  

Ach knotwilgen, waar is toch de tijd

Jullie waren echt alom verspreid.

Komt hij ooit nog weer,

die tijd van weleer?

Misschien, als iedereen plant met vlijt.

 

Gepubliceerd in Info-Maarkedal 02/2007