|

S P I N N E N
Verslag van de voordracht door Bryan Goethals voor SOW-Maarkedal op 16
februari 2001 in Etikhove.
Een volle zaal was het, maar voor zij die deze avond moesten missen brengen
we nog even enkele interessante zaken naar voren. De prachtige dia's, de levende
dieren en de humoristische benadering van de spreker kunnen we natuurlijk niet
weergeven.
Als we de spinnen een beetje leren kennen zal de araneofobie (angst voor
spinnen) verdwijnen en plaats maken voor een grote waardering voor deze
koudbloedige en primitieve beestjes.
Spinnen zijn niet vies. Na elke maaltijd braakt een spin wat maagsap op zijn
achterste poten en maakt daarmee heel haar lijf proper. Dit sap is
bacteriedodend, dus mocht u per ongeluk een spin inslikken dan kunt u daar geen
ziekte van krijgen! In tegendeel, en omdat spinnen veel eiwitten bezitten worden
ze in verschillende delen van de wereld als lekkernij gegeten.
Maar, alle spinnen zijn giftig! In België kunnen de meeste spinnen de mens
niet bijten omdat hun kaken te klein zijn, en de meeste hebben ook maar een zeer
zwak gif. Dit gif wordt gebruikt om de prooi te doden, en de spin ziet een mens
niet als prooi. Ze zal de mens dus niet bijten, tenzij in uiterste
zelfverdediging.
Een spin wordt geboren met slechts één doel: zoveel mogelijk insecten eten;
dus vernietigen.
Er zitten in een gemiddeld huis in België zo'n 1000 spinnen!
In België eten elk jaar alle spinnen 7 x het gewicht van alle Belgen aan
insecten op!
Er leven 130 spinnen op één vierkante meter bos of weiland! Dat zijn 1,3
miljoen spinnen dus 2,6 miljoen giftanden per hectare.
Zonder deze uitzonderlijke eetlust zou onze planeet een werkelijke
"insectenplaneet" worden. En zijn er (in de winter) minder insecten,
dan gaan ze zelfs hun eigen soortgenoten opeten.
Spinnen zijn dus ongelooflijk nuttig.
Spinnen zijn geleedpotig en hebben eigenlijk 10 poten: 8 looppoten en 2
tasterpoten. De kampioenen onder hen kunnen 64 km/uur halen!
Volgens de evolutie komt de spin van de schorpioenachtigen.
Ze hebben een kopborststuk, en een achterlijf. Spinnen zijn ongewerveld en
moeten dus van tijd tot tijd vervellen om te kunnen groeien. Hun uitwendige huid
is een soort biologisch plastiek ( cuticula-chitine legering). Bij het
vervelproces wordt al het bloed naar het kopstuk gestuwd tot de oude huid langs
de poten scheurt. De nieuwe huid moet dan nog drogen. Tijdens dit drogen moet de
spin veel bewegen, anders zullen alle lichaamsdelen opdrogen tot een hard en
onbeweeglijk pantser. Pas na de laatste vervelling zijn de spinnen volwassen en
hebben ze geslachtsdelen.
De meeste spinnen hebben 8 ogen ; geen facetogen, eerder zoals die van de mens,
maar eigenlijk ziet de spin door haar haar: ze voelt de trillingen met het haar
en kan zo een beeld maken van de directe omgeving en een eventuele prooi.
Volwassen spinnen hebben spinklieren. De spinstof is een speciaal eiwit
verbinding dat veel sterker is dan staal. De mens is er nog steeds niet in
geslaagd om dit na te maken.
De spin vangt haar prooi met een web, of via de jacht en vergiftigt die prooi
dan door een beet met haar 2 giftanden. Daarna spuugt ze over de prooi zodat die
zachter wordt, en zuigt dan pas de prooi leeg.
Mannelijke dieren in de wereld van de ongewervelden zijn niet belangrijk.
Soms zijn ze zelfs niet nodig voor de voortplanting.
Bij spinnen zijn de wijfjes altijd veel groter dan de mannetjes. De wijfjes
willen maar één ding: eten, eten, en nog eens eten. Als ze dan moddervet zijn
dan pas mag het mannetje zijn ding komen doen. Het zou hier te ver voeren hoe
ingenieus dit gaat, maar het eind van het verhaal is meestal dat het wijfje het
mannetje opeet na gedane arbeid, en soms al tijdens deze arbeid! Het mannetje
sterft toch altijd na de copulatie en het wijfje hoeft zodoende niet ver te gaan
voor het broodnodige voedsel om zoveel mogelijk eitjes te produceren.
Het is dus nog niet zo erg als bij de bidsprinkhaan, waar de pijn van het
afknijpen van de kop van het mannetje door het wijfje, een stimulans is om tot
zaadlozing te komen, en het wijfje dan rustig ( nou ja ?) verder paart met het
achterlijf van het mannetje terwijl ze langzaam zijn borststuk opeet.
Meestal worden de eitjes bewaard in een gesponnen cocon, tot de spinnetjes
uitkomen. Bij onze grote kaardende spinnen blijft de moeder bij de eitjes, en
als deze uitkomen beginnen ze hun moeder uit te zuigen. Wat een leven!
Spinnen hebben veel vijanden: vogels, reptielen, en zelfs zoogdieren. Een van
de grootste vijanden is wel de sluipwesp, die gebruik maken van een
spinnenlichaam om hun kroost te voeden.
Maar de allergrootste vijand is wel de spuitbus van de mens!
N.B. bij de apotheek kan men een zogenaamd gifpompje kopen voor ca. 600 F,
waarmee eenvoudig het gif van een spinnenbeet uitgezogen kan worden. In ieder
huis zou zoiets in het medicijnkastje moeten zitten.
Nog veel meer over spinnen kom je te weten op de website van Bryan Goethals http://members.tripod.lycos.nl/SIT/rubrieken/rubrieken.htm
Op een zolder vol met grote spinnen
was geen vlieg meer te verzinnen.
Ze kregen het kwaad.
Dus ten einde raad
speelden ze dan mekaar naar binnen.
Gepubliceerd in Info-Maarkedal 03/2001
|