Vervolg 1996

Omhoog Resultaten Vervolg 1996 Nitraten Nitrieten PH Hardheid Drinkbaarheid

III. BEOORDELING

1. Nitraten

Nu weten we allemaal dat de Belgische norm van 50 mg/l veel te hoog ligt en dat hij liefst het dubbele van de richtlijn van de Wereld Gezondheid Organisatie bedraagt.
En aangezien zwangere en zogende vrouwen en baby's nog veel vatbaarder zijn voor de nadelige gevolgen van nitraten (op zichzelf onschuldig, maar door het lichaam omgezet in het veel schadelijkere nitriet, oorzaak van de mogelijk fatale blauwziekte!) mag voor deze categorie zeker de 10 mg grens niet overschreden worden.
Wanneer we de resultaten in deze optiek bekijken is de toestand natuurlijk nog heel wat minder gunstig dan nu volgens de geldende norm blijkt.

Zoals blijkt uit de bijgaande grafiek zijn volgens de 25 mg norm slechts 43 stalen aanvaardbaar (= 41 %), voor baby's flesje kunnen slechts 25 putwaters door de beugel (= 24%).


 

 

 

 

 

 

3. Nitrieten en ammoniak

Ook de andere stoffen die bepalend zijn voor de drinkbaarheid van water, zorgen af en toe voor problemen. De grenswaarde voor ammoniak werd 3x overschreden, die voor nitrieten 2x .

4. Andere onderzochte parameters

In de volgende tabel staan voor elke parameter het gemiddelde, de hoogste en de laagste waarden.

  gemiddelde maximum minimum grenswaarden
pH 6,79 8 5,4 5,0/9,2
hardheid 23,69 58 1 14
calcium 193,6 473 9,2 100 mg/l
magnesium 42,62 106,4 3,1 30 mg/l
chloriden 33,94 228 0 1000 mg/l
ijzer 0,137 3,38 0 1,0 mg/l
nitraten 36,95 150 5 50 mg/l
nitrieten 0,0241 0,4 0 0,1 mg/l
ammoniak 0,169 9,6 0 0,5 mg/l

pH, hardheid, calcium, magnesium, chloriden en ijzer zijn niet echt factoren om water schadelijk voor de gezondheid te noemen, maar kunnen natuurlijk wel praktische problemen opleveren (te hard of te ijzerrijk water).

5. Invloed van de diepte van de put op de kwaliteit

De diepte van de putten blijkt een rol te spelen in de drinkbaarheid van de putwaters, maar die is voor onze gemeente niet zo belangrijk als kon vermoed worden. De niet-drinkbare stalen komen uit putten met een gemiddelde diepte van 7,93 m, voor de drinkbare komen we uit op 11,73 m.
Van de onderzochte bronwaters waren er 13 goed en 7 ondrinkbaar.

6. Bacteriologisch

In het merendeel der gevallen is de slechte kwaliteit van het water het gevolg van een bacteriologische verontreiniging.
Van de ondrinkbaar beoordeelde stalen was dit in 65% der gevallen te wijten aan een zuiver bacteriologische verontreiniging; voor 21% was het een overschrijding van de fysiochemische normen en in de rest van de gevallen (14%) vertoonde het water op beide vlakken tekortkomingen.
De voor de hand liggende oorzaken zijn nabijgelegen aalputten en septische putten (die onvoldoende waterdicht zijn) en natuurlijk overmatige hoeveelheden drijfmest, die door de begroeiing niet voldoende kunnen opgenomen worden en dan uitspoelen naar het grondwater.


7. Gebruik van het water


Zoals te zien in onderstaande grafiek gebruikt de overgrote meerderheid van de mensen die een staal binnenbrachten het onderzochte water voor alle doeleinden, daarin ook begrepen: menselijke voeding. In de overige gevallen werd het enkel aangewend voor was/WC en/of tuin of als drinkwater voor dieren.


In 55 % van de gevallen beschikken de mensen niet over leidingwater en het wekt dan ook geen verwondering dat de meest voorkomende situatie deze is waarbij het putwater voor alles gebruikt wordt en er geen leidingwater beschikbaar is (50 %).
Met andere woorden: de helft van de mensen hangen voor hun drinkwater louter en alleen af van de put of de bron, waarvan ze het staal binnenbrachten.
Interessant is dan ook om na te gaan hoeveel keren het hier om ondrinkbaar beoordeeld water ging. In dit opzicht is het resultaat zeker ongunstig te noemen, want niet minder dan 28 keer was het water ondrinkbaar; dus 26% van alle onderzochte putten of bronnen bevatte ondrinkbaar water terwijl die mensen niet over leidingwater beschikten.

IV. VERGELIJKING MET VORIGE ONDERZOEKEN

Aangezien we ook over gegevens van 1989 en 1992 beschikken maakten we even de vergelijking.

1. Nitraten

De evolutie van het nitraatgehalte is weergegeven in de bijgaande grafiek, waarbij de resultaten van 1992 met enig voorbehoud moet bekeken worden aangezien er toen statistisch te weinig gegevens waren om tot een juist gemiddelde te komen. Het betreft hier dus het gemiddelde van alle stalen in het vermelde jaar. De trend is onweerlegbaar dalend te noemen.

Deze dalende lijn mag ons echter niet euforisch stemmen. Primo is ook het gemiddelde van 1996 nog steeds hoger dan de WGO-norm en secundo dienen we ook te erkennen dat de 3 testjaren niet helemaal te vergelijken zijn gezien het telkens een ander tijdstip in het jaar was waarop de stalen genomen werden.
In 1989 was dit in maart, in 1992 in juni en in 1996 in oktober.
Het is logisch dat in het vroege voorjaar meer uitgespoelde stoffen voorkomen in ons putwater, in de winterperiode staan er immers slechts weinig gewassen die ze kunnen opnemen. In juni is er wel veel opname door de gewassen en in oktober, na de zomer hebben alle planten op het veld maximaal gebruik gemaakt van de verspreide meststoffen en is de doorsijpeling tot in de waterputten tot zijn laagste niveau gedaald. Deze tendens ziet men duidelijk weerspiegeld in de grafiek en voor een kijk op de werkelijke evolutie doorheen de jaren zal men dan ook moeten wachten op ons volgend onderzoek (1999?).

2. Nitrieten en ammoniak

 

Als we ook hier de gemiddelde waarden vergelijken met deze van '89 en '92 zien we dezelfde dalende lijn, die bij ammoniak door één extreem hoge waarde (9,6 mg/l, waar de maximum toelaatbare waarde 0,5 is!), omgebogen wordt in een stijging voor 1996.

3. Evolutie van de putten

Totnogtoe werden enkel de gemiddelde waarden van alle onderzoeken vergeleken.
23 putwaters werden echter ook al in een vroeger onderzoek van SOW-Maarkedal (1989 of 1992) onderzocht.

In die eerdere onderzoeken waren slechts 5 van de 23 betrokken stalen drinkbaar bevonden, de toestand verbetert er wel op, en slechts eenmaal evolueert een drinkbaar staal naar ondrinkbaar.
Bijna altijd wordt in 1996 de drinkbaarheidsnorm gehaald door een verbetering van het nitraatgehalte en de bacteriologische zuiverheid van het water.

 

 

 

 

V. TOELICHTING BIJ DE KAARTEN

Via onderstaande knoppen vindt u hierna kaarten waarbij de resultaten voor de verschillende onderzochte parameters op het plan van de gemeente gesitueerd worden.  Let wel, het betreft hier vrij grote bestanden die bij een gewone modemverbinding wel ongeveer 30 seconden nodig hebben om op het scherm te verschijnen.

Resultaten Vervolg 1996 Nitraten Nitrieten PH Hardheid Drinkbaarheid

De eerste kaart, over de drinkbaarheid, behoeft weinig uitleg, niet drinkbaar kan zowel voor bacteriologische als voor fysiochemische redenen zijn.

Bij de tweede kaart betreffende de nitraten is het gehalte onderverdeeld in 4 categorieën.
De blauw- en geelgekleurde punten omvatten steeds ook de stalen die net op de bovengrens van de categorie vallen (dus zijn bij blauw de stalen met 25 mg/l inbegrepen en bij geel deze met 50 mg/l).
De gebruikte kleuren stemmen overeen met deze die gebruikt werden bij de cirkelgrafiek op blz. 7.

De volgende kaart omvat de weergave van de gegevens over nitriet, ammoniak en ijzer.
Deze werden samengevoegd omdat er in deze gevallen slechts sporadisch overschrijdingen van de grenswaarden op te tekenen vallen. Uiteraard geldt de groene aanduiding (geen grenswaarden overschreden) enkel voor deze stoffen.

De louter informatieve kaart over de pH bevat 4 categorieën.
(Bijna) neutraal zit tussen de waarden 6,8 en 7,2.
Basisch geldt hier voor waarden hoger dan 7,2, licht zuur tussen 6 en 6,7 en zuur zijn de waarden kleiner dan 6.

Ook de kaart over de hardheid is enkel informatief. Er werden geen aparte kaarten voor calcium of magnesium opgesteld, aangezien deze, op enkele lichte afwijkingen na, in verhouding tot hun waarden precies hetzelfde uitzicht zouden hebben.
De gehanteerde waardenschaal voor hardheid:
0 - 7 = zeer zacht; 8 - 14 = zacht; 15 - 31 = matig hard tot hard; 32 en meer: hard tot zeer hard

Andere onderzochte stoffen (chloriden, sulfiden) werden niet in kaart gebracht omdat er bij geen enkel staal grenswaarden werden voor overschreden